Chinese Boeddhisten
In Nederland leven 35.000 Chinese Boeddhisten. Ze leven in een hechte en gesloten gemeenschap. De Chinese cultuur leert vooral respect uit te dragen voor de ander. Belangrijk is de piëteit, dit is onder alle omstandigheden gehoorzamen aan de wil van de ouders. Voor hen klaarstaan als ze iets nodig hebben, zoals ze ook voor jou altijd hebben gedaan. Belangrijk is het begrip schaamte. Iedere Chinees wordt al jong geleerd hoe zich te gedragen in de sociale omgang, niemand te kwetsen en de naam van de familie niet te schande te maken.
Er zijn twee typische kenmerken van hun geloof namelijk verering van voorouders en geloof in karma, het lot. Men zal altijd in huis, voor een altaartje wierook branden voor de vooroudergeesten; men moet ze goed verzorgen, anders brengen ze ziekte en verderf. De belangrijkste manieren waarop de levenden de doden eer kunnen bewijzen is door:
- de familiegraven en altaren te bezoeken;
- wierook te branden en te offeren.
Chinezen geloven dat mensen onder een goed gesternte geboren kunnen zijn, dat er goede en slechte dagen zijn voor het ondernemen van bepaalde activiteiten en dat bij tegenslag alleen berusting helpt. Een groot deel van je levensloop ligt immers vast door je naam en het moment van geboorte.
Chinese boeddhisten zijn nogal bijgelovig. Zo blijken spiegeltjes in huis te worden opgehangen om kwade geesten te verjagen, zodat een zieke beter wordt. In het algemeen moeten goden gerespecteerd worden, moeten geesten vermeden worden en moet voor voorouders gezorgd worden. Als ze dit niet doen zal dat tot ongeluk en ziekte leiden.
Feestdagen
De belangrijkste feestdagen zijn het Chinese Nieuwjaar (in februari) en de Wesak, de dag van de Boeddha (in mei). Deze dag staat geheel in het licht van de drie gebeurtenissen in het leven van de Boeddha: de geboorte, de verlichting en het heengaan.