Zen – boeddhisme
In 6e eeuw n.Chr. heeft Bodhidarma, een uit India afkomstige monnik, in China de eerste Zen-school gesticht. Het Zen-boeddhisme heeft vooral in Japan een grote bloei doorgemaakt. Zen is een Japans woord, het betekent innerlijk aanschouwen, meditatie. Dat is niet te bereiken door de weg van het verstand, maar slechts door de intuďtie. Deze komt bij vlaggen of in de vorm van flitsen van inzicht.
Belangrijke kenmerken van Zen:
- afkeer van alle gefilosofeer;
- het leven is het hier en nu;
- geen godsdienst, maar een levensweg;
- direct op de geest gericht.
Via de weg van meditatie, koans (raadsels) en soberheid bereikt de leerling iets als Satori (verlichting). Veel Zenleden vertoeven in een Zengemeenschap, een klooster. Leerlingen krijgen van de Zenmeester koans om over te mediteren. Een koan is een onoplosbaar raadsel waarop het logisch verstand stuk moet breken. Een bekende koan is: ‘Wanneer je in je handen klapt, hoor je geluid. Hoe is het geluid van 1 klappende hand?’
Een andere techniek is de mondo: een snelle uitwisseling van vragen en antwoorden, terwijl de discipel onmiddellijk moet antwoorden, zonder de kans te krijgen om na te denken. Het einddoel is dat het verstand zijn pogingen staakt, waardoor de geest vrij is om de verlichting (Satori ) te ontvangen.
Om te komen tot geestelijke berustwording is de zogenaamde Zazen of meditatie in lotushouding. In Japan wordt het Zenboeddhisme vooral beoefend in de vorm van lichamelijke behendigheid. Naast de kunst van het bloemschikken en de ‘thee-ceremonie’ komt dit vooral tot uiting in sporten als kendo, boogschieten en judo.
Het leven is een leerschool waarbij het er niet om gaat wat je doet, maar hoe je het doet. Concentratie is daarbij belangrijk.